
Van 20-9 tot 10-10 2009 hebben we een we en rondreis gemaakt door Madagaskar, ook wel het RODE EILAND genoemd! Globaal zijn we van Antananarivo
via Antsirabe, Fianarantoa, Ihosy naar Tuléar gereden. Hier hebben we het avontuur opgezocht en hebben
de route Tuléar-Morondava gereden. Van Morondava weer terug naar de hoofdstad, voor de vlucht terug naar Amsterdam.
De volgende ochtend hebben we afscheid genomen. We hebben allebei een Malagassische telefoon gekocht om elkaar te
kunnen smssen of bellen wanneer we toe zijn aan de trip Tuléar-Morondava. We hebben afgesproken deze route
samen te doen. Dit worden 3 of 4 dagen de weg zoeken in de wildernis. We nemen dan genoeg eten en drinken mee voor de
hele route. Vandaag hebben we al wat van de in Nederland verzamelde kinderkleding (20 kilo) weggegeven. De dankbaarheid
is zo groot, we zouden willen dat we 200 kilo bij ons hadden! We sliepen in Camp Catta, en waren na een heel stuk gereden te
hebben tot we niet verder konden, beland in een afgelegen dorpje. We kochten allebei een hoed van de nieuwsgierig
geworden dorpelingen die om ons heen kwamen staan. Na een paar foto's gemaakt te hebben, de mensen moeten altijd
heel hard lachen als ze zichzelf terugzien op het display, gingen we weer verder. Een jongen die met ons meeging
naar een riviertje deed zijn kleren uit en sprong in het water. Ik pakte het hemd vol met gaten dat hij op de rots
had gelegd en zocht er een zelfde maat blouse bij. Toen hij hem aandeed was hij zó gelukkig! Hij ging voor ons zingen uit dank! Wauw...
Hierbij nogmaals iedereen hartelijk dank voor het geven van de kleding!
Eergisteren zijn we naar het National Park Isalo geweest. Bij de ingang van het park wilde een jongeman heel graag
onze gids zijn en vroeg 40.000 Aryari om ons rond te leiden. Maar dat is echt veel te veel en bovendien kunnen we
met mijn beperking niet het hele park zien, maar wel een gedeelte. Het mooiste gedeelte! Na onderhandelen wilde
hij het doen voor 15.000 Aryari (ongeveer EUR 6.00). Dit is exclusief de entreeprijs voor het park. De gids sprong op het dak en reed zo mee het park in omdat er
geen achterbank in de auto zit. Die heeft Coen eruit gehaald vanwege de rolstoel die mee is. Hij vond het geen probleem
en rookte een sigaret op het dak. We gaven hem een fles water en vroegen ons op het einde af of hij er nog wel op zat! Zo hobbelig en slecht was de weg geweest!
Het smalle looppad was ongeveer anderhalve kilometer de berg op. Een hele uitdaging voor mij op mijn krukken. Maar toen we de
lemuren (Maki in het Malagassisch) zagen was alle pijn vergeten, wat een prachtige dieren! Ze mauwen als kittens
naar elkaar. Eén lemur had een baby-tje onder haar buik hangen terwijl ze van tak naar tak sprong. Onze
gids vertelde dat ze slechts een paar uur per dag op deze plek zijn om te eten, en het 's nachts hogerop zoeken in
de 'caves' om zo veilig te zijn voor de vossen. We zijn nog een stuk opwaards gelopen, maar het laatste stuk naar boven naar de
waterval heeft Gerhard alleen met de gids gedaan. Dat was iets te gek voor mij. De waterval eindigt in een schitterend heldere pool. Gerhard heeft een duik
genomen en kwam als herboren naar beneden.
Onderweg hier naartoe zagen we vaak gendarmerie. Meestal als je een dorp in, of uit rijdt. Er ligt dan een plank op de weg waar spijkers doorheen zijn geslagen, met de
spijkers omhoog. Zodat je het niet in je hoofd haalt om door te rijden. Het lijkt wel alsof we vaker worden aangehouden als ík (Naomi) rijd!
Vaak willen ze gewoon weten waar je heen gaat. Met een 'Bon voyage!' mogen we weer op pad. Vanavond treffen we
Dirk en Rosemarijn weer, om morgen de rit naar Morondava te beginnen. We zijn erg benieuwd!
We zijn onderweg samen! Het weerzien was heel erg leuk. We hebben veel dingen hetzelfde gedaan bleek, en de avond
vloog om met alle verhalen. Ook zij vonden dat ze meer werden aangehouden als er een dame achter het stuur zit!
De volgende dag was de weg van Tuléar naar Ifaty een mooi voorproefje van de 'echte' rit naar boven. Veel kuilen in
de weg en mul zand. We hebben onderweg nog een gestrande Peugeot geholpen eruit te trekken. Een peuleschil voor de Toyota van Dirk en Rosemarijn!
In Ifaty hadden we een vierpersoons luxe bungalow aan het strand. Je keek zo vanuit je bed de golven in. Toen we
net gesetteld waren 's middags, kwamen er twee Malagasy vragen of ze het eten voor ons mochten bereiden. Prima!
Het liefst besteden we ons geld aan de Malagasy zelf. Allevier een hele vis met alles er nog op en aan, een grote
pan rijst en een pannetje tomaten-uien-saus voor 6000 Aryari per persoon (ca EUR 2.40). Het was heerlijk!
Ze brachten de pannen en borden plus bestek en haalden alles weer netjes op. Ik denk dat we nog nooit zulke verse
vis gegeten hebben, ze zijn pas gaan vissen toen de bestelling binnen was! Geweldig dit.
Na al deze luxe waren we klaar voor de rit naar boven. Inkopen gedaan voor als we écht ergens gaan stranden
in the middle of nowhere, alles boven op de Mitsubishi nog eens extra vastgezet met een vierde touw, olie van
beide auto's gepeild en gaan! Op dit moment hebben we al heel wat mooie wegen bereden. Van stapvoets van kuil naar
kuil via een combinatie van losse stenen en zand tot in opeens gemeen mul witzand waarin je alle zeilen bij moet
zetten om niet vast te komen zitten. Heerlijk! We hebben zes uur achtereen gereden zonder te stoppen. Nouja,
een keer omdat de open fles citroen afwasmiddel van Dirk & Rosemarijn door de auto danste! Maar uiteindelijk
is het na een heel stuk verkeerd gereden te hebben, gelukt tot Salari te komen. Het is steeds alert blijven met
geen enkel verkeersbord en in elk dorp vragen wat de naam van het dorp is. In Salari piepkleine vrolijk
geschilderde hutjes met bed, klamboe, tafeltje en zelfs handspiegeltje. Helemaal goed. Straks iets eten maar misschien eerst weer een duik in het azuurblauwe water van de straat van Mozambique.
We waren onderweg van Salari naar Morombe en natuurlijk kregen we op de meest onmogelijke plaats tijdens onze
route pech!! Het rechter achterwiel stond ineens scheef onder de auto. Er was iets afgebroken bij de achteras en
er was geen verbinding meer met de rest van de ophanging. Daar stonden we. In the middle of nowhere. Geen
telefoonbereik en geen afdoende gereedschap. Gelukkig hadden we touw. Daarmee heeft Gerhard de stalen constructie
die was afgeknapt vervangen. Alle zware jerrycans diesel gingen in de Toyota en heel voorzichtig hebben we het
anderhalve dag gered tot Morombe. Pfff... Hier hebben ze een nieuwe U-ring gemaakt en de Mitsubishi weer
gerepareerd. Ook de Toyota had een euvel. De stekker op een van de accupolen was weggesmolten en veroorzaakte
kortsluiting waardoor er al dagenlang gestart moest worden door met kracht een steeksleutel op de accupolen te
drukken. Alles is weer gefixt en morgen beginnen we aan de 165 km tocht naar Manja inclusief de oversteek bij
Bevoay. Zin in!
Toen de auto's weer klaar waren hebben Gerhard en ik een kerkje opgezocht in het centrum van Morombe. Er werd net
een zaterdagdienst gehouden. We zijn stilletjes acherin de kerk gaan zitten maar werden al gauw opgemerkt door een
aantal mensen. Helemaal toen de geestelijk leider ons verwelkomde en ons zegende (dit hoorden we later), keek
iedereen achterom! We wachtten tot de dienst was afgelopen en de geestelijk leider kwam bij ons. We vertelden over
de kleding voor de kinderen. Wat een warmte en wat een dankbaarheid viel ons ten deel, ook van de kerkgangers die
het meegekregen hadden. Wauw, we werden er stil van.
Vanaf hier begon het zoeken naar de juiste weg naar Manja. We hebben veel fout gereden tussen de oversteek en
Ankiliabo, en daarmee veel tijd verloren. Bij Ankiliabo stonden we even stil of we het zouden wagen naar Manja.
Het was al vier uur en het is niet verstandig om in het donker te rijden met die onvoorziene gaten in de wegen.
Maar we hebben het gered, leve onze GPS!
Wat een barre tocht was het. We hebben niet eerder zulke slechte wegen meegemaakt. Nouja, wegen?
Eerder maanlandschap met gaten van een halve meter en keiharde stenen waar je uit moet stappen om te kijken of
je er over- of omheen moet, dan weer zand en twee meter bijna recht omhoog in low gear. We zijn door wateren
gereden waarbij de motorkap geheel onder water terecht kwam en uiteindelijk was het nog racen tegen de invallende
schemering! Pfff... wat smaakte dat eerste koude biertje toen goed zeg!
De volgende ochtend was de weg van Manja naar Belo sur Mer vinden de volgende uitdaging. Het begin ging goed.
We hadden een idee hoever het was en ookal hadden we hulp van onze GPS, we moesten de verse sporen in de gaten
houden en uiterst alert zijn om niet te verdwalen in deze toch wel jungle naar de kust. Veel mensen kwamen we
onderweg niet tegen dus het was een verademing de rivierbedding te vinden na het bos waar we doorheen waren gegaan.
We volgden de rivierbedding tot de zoutvlakte en toen was het weer adrenaline geblazen. We reden de zoutvlakte op
en waanden ons vlakbij het einddoel. Dirk en Rosemarijn stopten zelfs even voor een fotomomentje. Niets aan de hand...
Totdat de vrij stevige ondergrond omsloeg in vette, zachte klei met buiten de al gereden sporen, drijfzand! Wij
hadden het eerder door omdat we voorop reden, en gingen dan ook absoluut niet meer van het gas! Na honderden
meters durfden we te stoppen op een hard gedeelte, wachten op de Toyota. Maar deze bleef uit. Wat nu, terug?
We besloten nog even te wachten en opeens verscheen daar dan toch die blauwe 4x4 aan de horizon! Maar toen ging
het helemaal mis en de Toyota groef zich in tot aan zijn buik...
Bijna drie uur later waren we weer onderweg. Gelukkig was het niet zo ver meer. 's Avonds waren we
allevier behoorlijk kapot van twee heftige dagen achtereen. Dus we hebben er een nacht bij aan geplakt in Belo
sur Mer. Dit dorpje is vorig jaar nog van de kaart geveegd door een cycloon.
Het was heerlijk toeven zo aan het strand. Je kon weer zo'n beetje vanuit je hutje in de zee springen.
En 's avonds weer gezellig eten samen.
We reden Belo sur Mer uit en hoopten dat we niet weer die klei door hoefden richting Morondava, maar helaas...
Okee! Dan het gas erop! We zeilden van links naar rechts 180 graden om onze as heen en weer over de spiegelgladde kleigrond, het leek
wel of we op zeep reden! De Toyota volgde en gelukkig kwam er niemand vast te zitten! Het volgende stuk was
weer verse sporen volgen en de mensen die we tegenkwamen vragen of we nog steeds goed zitten. Tot ongeveer tien
km voor Morondava hebben we samen gereden met Dirk en Rosemarijn. Daarna raakten we ze kwijt in de wirwar van
beboste zandwegen. Je hebt daar geen bereik dus we konden elkaar niet bellen. Dan maar individueel naar Morondava,
en hopen op een hereniging.
Een jongen met twee grote balen op zijn hoofd liep langs de weg en we vroegen of we goed zaten richting Morondava.
Hij sprak alleen Malagasy maar snapte de bedoeling van Morondava wel, dus maande we hem zijn vracht op onze
auto te gooien en mee te gaan naar de stad. Geen probleem! Het laatste stuk was hopeloos. Een autotrail gewoon!
Stenen als skippieballen waar we overheen moesten en tegelijkertijd gaten van een halve meter diep. En wij maar
proberen die auto heel te houden! Na elke meter uitstappen hoe de volgende meter te nemen... Ach, dit hadden we
nog niet gehad!
Uiteindelijk in Morondava kregen we weer contact met Dirk en Rosemarijn. We hebben samen wat gegeten en afscheid
genomen. Wij moeten echt verder naar Tana, hun vlucht gaat twee dagen later. Wauw wat een avontuur hebben we
beleefd met zijn viertjes. We hebben samen veel gelachen en we waren er voor elkaar tijdens de extreme Tuléar-Morondava
route. Nog een nachtje slapen en dan vliegen we alweer terug. Morgen hopen we de rolstoel een nieuwe eigenaar
of een welkome plaats te kunnen geven.
Een nacht voor vertrek sliepen we in het dorpje Ambatolampy, zo'n 70 km onder de hoofdstad Antananarivo.
's Ochtends hebben we bij een kerk geinformeerd of men daar iemand kende die een rolstoel kon gebruiken maar
we kwamen niet veel verder. We vroegen onze hoteleigenaar om raad. Hij was erg enthousiast over onze plannen en vertelde
over een prothese-bouwer, die zijn vrouw geholpen had met haar door polio verlamde been. Hij wordt onderhouden door
giften en heeft dus geen winstbelang. Binnen tien minuten na het telefoontje van de hoteleigenaar was hij er.
De jongeman nam ons gelijk mee naar zijn werkplaats en we kregen er een goed gevoel bij.
Dolblij nam hij de rolstoel in ontvangst. Na het uitwisselen van adressen en een fotomoment namen we afscheid.
Het was nog maar een klein stukje naar Tana. We zijn het centrum ingereden en ondervonden niets van eventuele
ongeregeldheden met politieke achtergronden. Heel veel drukte en heel veel mensen. Heel iets anders dan we de
afgelopen drie weken hebben meegemaakt. Fijn dat we toch de sfeer van de hoofdstad even hebben geproefd.
's Middags erg gezellig met Coen geborreld, en na weer een douche waar water (warm zelfs) uit kwam vlogen we
's nachts om 1.05 weer naar huis.